Informatie over Christoffel Dominicus (Stof) van den Beemt
Basis informatie
Naam: Christoffel Dominicus (Stof) van den Beemt
Geboren: 5 juli 1915 in Dordrecht
Overleden: 21 december 1988 in Gorinchem
Vader (ouder 1): Johannes Andreas (Jan) van den Beemt (m)
Moeder (ouder 2): Dominica Maria Elisabeth (Mien) Kramer (v)
Huwelijk
Getrouwd: 31 juli 1941 in Bergen op Zoom met Louisa Maria (Wies) de Lie (v) , gescheiden 7 juli 1966 .
Kinderen
- Henriette Louise Maria van den Beemt (v), geboren 21 februari 1943 in Bergen op Zoom, overleden 6 september 1943 in Wassenaar .
- D. van den Beemt (m) .
- W. van den Beemt (m) .
Bronnen
Herinneringen
Herinneringen zijn gebaseerd op documenten, familie overlevering of persoonlijke ervaringen. Zij geven meer informatie over een persoon, maar zijn niet noodzakelijk correct of compleet.
Voor foto’s: klik op de foto voor een groter formaat; email family@grivel.net voor meer informatie over de foto.
Foto van de twaalf kinderen van Johannes Andreas van den Beemt en Dominia Elisabeth Maria Kramer, ca. 1938?
Achter: Hedda, Jan, Nicky, Leo, Gré, Stof. Vooraan: Harry, Trees, Maria, Frans, Cees, Ben
—Eric Grivel
Mijn vader was al vroeg met oom Frans Brörmann bevriend. Zij hebben volgens mij ook samen in het leger gezeten, mogelijk ook op de Grebbenberg. Maar dit weet ik niet zeker.
Huwelijk Stof van den Beemt en Wies de Lie
Hij had in Bergen op Zoom zijn onderwijzer diploma gehaald, voor de lagere school, maar hij bleef door studeren. Eerst als leraar voor de middelbare school, daarna ook Engels en Frans. Uiteindelijk is hij bij de ULO (later MAVO) in Gorinchem terecht gekomen.
Na de oorlog werkte mijn vader voor de gevangenis in Scheveningen. Die gevangenis stond tijdens de oorlog bekend als het “Oranjehotel” omdat verzetsstrijders daar opgesloten werden. Na de oorlog werden heel toepasselijk de mensen die met de Duitse bezetters samengewerkt hadden in die gevangenis bijeen gebracht. Mijn vader was daar toen afdelingshoofd.
Binnen een paar jaar werden de collaborateurs veroordeeld en naar “gewone” gevangenissen overgebracht (of vrijgelaten). Mijn vader wou toen wel graag zijn oude beroep als leraar weer opnemen, en hij had de mogelijkheid om als leraar in het toenmalige Nederlands Indië te gaan werken. Hij ging in 1948 alleen vooruit en een half later volgde mijn moeder met mijn broer en mijzelf.
Aan boord van de Willem Ruijs op de terugweg van Indonesië naar Nederland
Dit was de tijd van de opstand in Nederlands Indië, waar Indonesiërs in 1945 de onafhankelijkheid hadden uitgeroepen. De opstand duurde totdat Nederland in december 1949 uiteindelijk de nieuwe republiek erkende. Daaropvolgend moesten vrijwel alle Nederlanders Indonesië verlaten. Wij zijn in 1950 met de Willem Ruijs terug naar Nederland gekomen.
Mijn vader had in Indonesië alles verkocht en de opbrengst op de bank gezet. Op dat moment devalueerde de Rupia en wij waren straatarm toen we in Nederland aankwamen.
Hij is toen onderwijzer geworden van de vijfde klas van de lagere school in Schagen, waar ik ook op school zat. Daarna zijn we naar De Bilt verhuisd, waar hij op de ULO leraar Frans en Engels was. Hij gaf daar ook tekenles. Op de ULO heb ik bij mijn vader in de klas gezeten.
De scheiding van mijn ouders in 1966 kwam als een totale verrassing voor mij. Ik ging die dag ’s-morgens naar gewoon naar school; ik kwam ’s-avonds thuis en ik vroeg, waar is m'n moeder? Mijn vader zei toen, “die is weg.” Ik wist van niets. Daar had ik wel even moeite mee.
Woonark “Schienvat”
Na zijn echtscheiding moest hij het huis waar wij woonden verlaten (het huis was van de gemeente en moest plaats maken voor nieuwbouw plannen), en vader heeft toen een woonark gekocht. Hij noemde die woonark “Schienvat,” (schijnend vaatje, oftewel lantaarn). Ik heb toen een tijdje bij een schoonzus gelogeerd, totdat ik trouwde.
Mijn vader is vanwege zijn gezondheid wat vroeger met pensioen gegaan. Hij heeft het na de scheiding erg moeilijk gehad; hij rookte om te beginnen al veel, maar toen was het heel erg. Hij was overigens niet de enige in de familie die veel rookte; ze zeiden wel dat je in de familie “eerder mocht roken dan koffie drinken.” Niet echt verbazingwekkend, misschien, voor een familie van een sigaren fabrikant.
Als hobby was hij een “vis fanaat.” Hoofdzakelijk roofvissen, snoek en zo, en ook zee vissen. Een van de redenen voor die woonark was dat hij zo’n beetje vanuit z’n woonkamer in het Paardewater (een zijarm van het Merwede kanaal) vissen kon vangen.
Behalve vissen en tekenen las hij veel, hij verzamelde munten en antieke voorwerpen, en zoals de hele van den Beemt familie bridgede hij. De broers en zussen waren hele fanatieke bridgers. Ikzelf leerde bridgen toen ik dertien was, dat was in die tijd heel erg jong. Op een gegeven moment vond ik het op bridge clubs wel te fanatiek worden en heb ik het opgegeven.
—Wieke van den Beemt
december 2019
= privacy | = foto | = herinnering | = contact informatie | = leeftijd informatie.
en
es
nl


